Mijn BVDM

Nieuwe administratieve vereisten bij huur en zakelijke rechten op onroerende goederen

Gepubliceerd op 22-03-2024 door Nick Verheyden

De administratie heeft een nieuwe rapporteringsverplichting toegevoegd aan de aangiften inkomstenbelasting vanaf aanslagjaar 2024. Huurders en personen met een zakelijk recht (zoals vruchtgebruik) op een onroerend goed, zullen voortaan aanvullende informatie moeten verstrekken in hun aangifte inkomstenbelasting. Deze informatie zal moeten worden toegevoegd in de nieuwe bijlage ‘formulier 270 MLH’.

Wie moet hieraan voldoen?
Deze nieuwe verplichting geldt voor elke belastingplichtige die een onroerend goed huurt of een zakelijk recht uitoefent (zoals vruchtgebruik of erfpacht) én die verplicht is om een aangifte inkomstenbelasting in te dienen:

  • Voor rechtspersonen betreft dit ondernemingen die een aangifte vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting of belasting niet-inwoners moeten indienen.
  • Voor natuurlijke personen geldt dit voor de personen die huur betalen of een vergoeding voor de vestiging/overdracht van een zakelijk recht als werkelijke kost aftrekken.

Let wel: Zelfs indien er geen effectieve betalingen zijn gedaan in een belastbaar tijdperk, moet de rapportageplicht toch worden nageleefd voor rechtspersonen (vb: vruchtgebruik). Voor natuurlijke personen geldt de regeling alleen als er een betaalde vergoeding als werkelijke beroepskost wordt afgetrokken.  

Wat zijn de praktische formaliteiten?
De vereiste gegevens moeten worden toegevoegd aan de aangifte inkomstenbelasting via een formulier 270 MLH. Op dit formulier moeten de volgende gegevens worden vermeld:

  • Gegevens van de betrokken verhuurder(s) (naam, nationaal nummer of ondernemingsnummer en adres);
  • Gegevens van het onroerend goed (adres en indien nog niet beschikbaar, de kadastrale gegevens);
  • De betaalde huur en de vergoeding voor een zakelijk gebruiksrecht op het onroerend goed;
  • Het gedeelte van het bedrag dat de belastingplichtige als beroepskost heeft ingebracht.

Er zijn enkele specifieke punten om rekening mee te houden bij het invullen van dit formulier:

  • Als een onroerend goed gemeubeld wordt verhuurd, moet enkel de betaling voor het onroerend gedeelte worden opgenomen.
  • Voor zakelijke rechten worden afschrijvingen niet beschouwd als betaalde vergoedingen.
  • Als er meerdere onroerende goederen worden gehuurd of waarop een zakelijk recht rust, moet voor elk afzonderlijk onroerend goed een apart formulier worden ingevuld.

Wanneer geldt deze regeling niet?
Op dit moment is er één uitzondering voorzien voor situaties waarin de betaalde huur verband houdt met een levering van goederen of diensten binnen de EER en waarvoor er een conforme factuur wordt uitgereikt.

Er kan mogelijks een aanvullende uitzondering komen voor onroerende goederen die worden verhuurd als pacht in de land- en tuinbouwsector.

Gevolgen voor de aftrekbaarheid van huurgelden
Aanvullend op deze nieuwe administratieve verplichting, heeft de wetgever ook beslist om de aftrekbaarheid van huurgelden te verwerpen als de nieuwe verplichting niet wordt nageleefd.

Verder zullen deze kosten ook niet meer aftrekbaar zijn als de huurovereenkomst kosteloos geregistreerd wordt als privéverhuur (waarbij het verhuurde goed uitsluitend als woning gebruikt wordt).

 

BVDM Accounting & Advice
Handelslei 187
2980 Zoersel
BE 0773.581.631

T: + 32 3 291 00 10
M: info@bvdm.be

Inspiratie in uw mailbox

© 2022 BVDM Accounting & Advice. Gebruiksvoorwaarden en privacy policy.